Tanden en kiezen zijn omgeven met een laagje glazuur. Dit glazuur is hard en sterk, en beschermt het gebit tegen invloeden van buitenaf. Door zuuraanvallen kan het glazuur echter gaan oplossen. Als het glazuur op bepaalde punten erg verzwakt is, kunnen er gaatjes (cariës) in het gebit ontstaan.

Op het gebit wordt gedurende de dag een dun laagje tandplak gevormd. Tandplak bestaat onder andere uit bacteriën die suikers uit voeding omzetten in zure stoffen. Deze zuren tasten het tandglazuur aan, waardoor tijdelijk de hardheid afneemt. Zo’n zuuraanval wordt veroorzaakt tijdens het nuttigen van koolhydraatrijke voedingsmiddelen. Wordt het gebit doorlopend belast met voedsel en drank, dan krijgt het glazuur niet de mogelijkheid om zich te herstellen. Er kunnen dan gaatjes ontstaan. Bacteriën kunnen via deze opening in het zachte tandbeen (dentine) dringen en daar veel schade aanrichten. Dit proces wordt tandbederf genoemd.

Cariës (een gaatje) geeft in het begin vaak geen klachten. In een later stadium is cariës te herkennen aan bijvoorbeeld de volgende symptomen:

Pijn bij het eten of drinken van zoete, koude of warme gerechten;
Pijn als er een koude luchtstroom langs de tand of kies komt (bijvoorbeeld buiten);
Aanhoudende zeurende of kloppende pijn in de tand of kies;
Een donker plekje op de tand kan een teken zijn van aantasting van het glazuur of tandbeen;
Slechte adem.

Een gaatje dat niet wordt behandeld, breidt zich uit naar het tandbeen. De tandwortel kan dan gevoelig worden voor pijnprikkels. Dit komt omdat de zenuwen door het gaatje bloot zijn komen te liggen. Als de zenuwen en wortel steeds verder worden aangetast, kan dat leiden tot een ontsteking en het afsterven van de tand.

De tandarts boort een gaatje eerst uit. Op die manier wordt het aangetaste weefsel en de bacteriën verwijderd. Hierna wordt het gaatje gedicht met een vulling. De functie van de tand of kies wordt zo goed hersteld.

Om het glazuur zo min mogelijk te belasten, is het goed om maximaal zeven eet/drinkmomenten per dag aan te houden: drie hoofdmaaltijden en vier keer een tussendoortje. Zo wordt het aantal zuuraanvallen beperkt.

Goed poetsen helpt de glazuurlaag sterk te houden. Gebruik daarbij een tandpasta met fluoride: dit versterkt het tandglazuur. Maak ook de ruimte tussen de tanden en kiezen goed schoon, bijvoorbeeld met ragers of tandenstokers. Wij geven u graag een persoonlijk poets- en productadvies. Ons aanbevolen productassortiment vindt u in onze webshop.

Laat uw gebit bovendien regelmatig controleren door de tandarts/mondhygiënist. Deze kan een beginnend gaatje herkennen en direct behandelen. Zo kan de cariës zich niet verder uitbreiden.